KORTE METTEN

 

Fragment: De soldaten werden rumoerig. Sommigen grinnikten. Anderen wachtten nieuwsgierig op zijn reactie. Verdorie. Dit kon hij echt niet tolereren.

 

 

 

‘We gebruiken hier de Uzi,’ zei sergeant Klein en hield het geweer voor de nieuwe groep soldaten omhoog. Het is een merknaam van Israël Military Industries, afgeleid van de naam van de constructeur. Het is een zogenaamd semi-automatisch machinegeweer.’

 

Terwijl hij uitlegde wat semi-automatisch inhield observeerde hij tegelijk de jonge jongens die elk een geweer voor zich hadden liggen. Met de meesten had hij de afgelopen twee weken niet zo veel te stellen gehad. De Brabanders en Limburgers waren bijvoorbeeld erg gemoedelijk. Maar die ene Hagenees, die kleine snob met z’n gladde achterovergekamde haren en z’n smerige praatjes op die belachelijk bekakte toon van hem. Die moest hij kort houden.

Gisteren had hij hem nog in het toilet betrapt. Die vuilak had op de muur gekrast: Wie hier trekt heeft thuis een vrouw die het verrekt. En die vent probeerde constant lollig te doen. Tijdens het appèl bijvoorbeeld, op de glimmend gepoetste schoenen van soldaten trappen.

 

De Hagenees zat achter die lange blozende Fries met het forse postuur. Een postuur om jaloers op te worden. Nou ja, eigenlijk was sergeant Klein dat best wel, als hij héél eerlijk was.

Maar die Fries met z’n stekelige rode haar, die moest hij trouwens ook goed in de gaten houden. Constant drukte die gast zijn snor.

 

‘… de slagpin opnieuw spant…’ sergeant Klein demonstreerde wat de bedoeling was ‘… en een nieuw patroon …  Hee, let eens op  rooie ragebol. Ja… jij daar. Achteraan. Houd op met dat knippergedoe. Wie zou ik anders bedoelen? Hang daar niet zo onderuitgezakt.’

 

‘Dát lit ik my net sizze,’ zei de soldaat en sloeg met zijn vuist op tafel. ‘En zéker niet door zo’n iel mannetje als jij. ‘It is Veenstra far dy.’ Hij sloeg nogmaals op de tafel. ‘Véééénstra.’

 

‘ABN ragebol,’ beval sergeant Klein. ‘We spreken hier Algemeen beschaafd Nederlands.’

‘Net asto my rèagebol neamst,’ klonk het stug. ‘Ik zeg ook niet Snorremans. Of lytse Adolf. Ja, verrék, do hást wol wat fan him.’

 

De soldaten werden rumoerig. Sommigen grinnikten. Anderen wachtten nieuwsgierig op zijn reactie. Verdorie. Dit kon hij echt niet tolereren.

‘Orde,’ riep hij en verfoeide zijn hoge stem meer dan ooit. ‘Discipline. Daar draait het hier om. Di-sci-pli-ne. Het opvolgen van dienstbevelen. Wie zich daar niet aan houdt, gaat vanmiddag op rapport bij de compagnie commandant.’

 

God zij dank kreeg hij de boel weer rustig. Sergeant Klein wilde net over de patronen beginnen toen de Hagenees zich er mee bemoeide. Hij ging er zelfs bij staan, streek door zijn donkere haar. ‘Veenstra… heeft… gelijk,’ zei hij tergend langzaam. ‘Vinden jullie… ook niet… jongens?’

 

‘Jou wordt niets gevraagd, gladjanus. En haal die verwaande grijns van je smoel.’

De Hagenees klakte met zijn tong. ‘Tjonge jonge,’ riep hij toen. ‘Een paar strepen op zijn mouw en dit jonge broekje denkt dat ie álles mag zeggen. Bekijk het effe zeg.’ Hij stak zijn middelvinger op en riep: ‘Stréber.’ En mompelde vervolgens terwijl hij ging zitten: ‘kont…likkende stre-ber’.

 

‘Het grendelgeweer met draaibare grendelkop was hét standaard infanteriewapen in beide wereldoorlogen,’ ging sergeant Klein onverstoorbaar verder. ‘En ook het standaardgeweer tijdens minder belangrijke conflicten en...’

 

‘Waarom moeten wij dat weten?’ onderbrak de Hagenees hem op bekakte toon en streek weer door zijn gladde haar. ‘Is dat in-te-res-sant?

‘Jaaah, is dat interessant?’ papegaaide soldaat Veenstra. ‘Ik verdoe mijn tijd hier. Ik wol nei hûs.’

‘Vanmiddag allebei op rapport,’ brieste de sergeant. ‘Melden bij de compagnie-commandant. Om vijf uur.’

 

Rode ragebol Veenstra gooide zijn baret in de lucht en ving hem weer op, maar leek ineens te bevriezen. Sergeant Klein zag dat de Hagenees zijn geweer in de nek van Veenstra had gelegd. Hij haalde de trekker over. De Friese soldaat werd lijkbleek.

 

‘Klootzak,’ schreeuwde sergeant Klein, terwijl hij in twee stappen bij de Hagenees was en hem van zijn stoel sleurde. ‘Klootzak.’

Hij móest een daad stellen. Er restte hem slechts één ding. Hij schopte soldaat gladjanus letterlijk naar buiten.

 

In de klas kon hij daarna de spreekwoordelijke speld horen vallen….

 

Piety Veenema

Dit was een schrijfopdracht in mijn cursus: "het karakteriseren van personages"

Reageren op mijn verhaal? Dat kan via Contact (rechtsboven op de Startpagina)