EEN GEUR VAN VANILLE

 

 

Fragment: Vreemd, denkt Hans. Ik mis iets. Hij luistert. En opeens weet hij het. De hond. Die slaat niet aan.

 

  

Het is al donker als Hans in de brede steeg achter de rij twee-onder-een-kapwoningen naar Melissa’s nieuwe huis loopt. Tweede huis van het eerste blok, denkt hij.

Huiverig doet hij het tuinhekje open.

‘Kom maar achterom,’ zei Melissa vanmiddag toen hij haar toevallig met haar hond was tegengekomen. ‘De gang staat nog vol met behangspullen. En dan kun je gelijk ook m’n nieuwe woonkeuken bewonderen. Nu de tussenmuur er uit is, heb ik een zee van ruimte.’

 

De buitenlamp boven de achterdeur floept aan en werpt zijn schijnsel over de kale struiken en uitgebloeide bloemen in de tuin. Er is een heldere sterrenhemel en het is erg koud. Hans opent de deur en komt in de bijkeuken, waar het behaaglijk warm is. Verrast blijft hij staan.

 

 

Op een houten aanrechtblad, waaronder allerlei huishoudelijke apparaten keurig zijn weggewerkt, staat een boeddhabeeld en in een glazen drijfschaal branden drie kaarsjes die een zoetige lucht verspreiden. Hij snuift de geur op. Dat lijkt wel vanille… Dat ze dát nog weet…

Op twee klapstoelen midden in de ruimte liggen een paar jacks, alsof ze daar in grote haast zijn neergegooid. De kapstok links in de hoek hangt vol met jassen en sjaals en op de plavuizen vloer liggen her en der verspreid minstens twaalf paar schoenen en dameslaarsjes. Rechts, achter in de hoek, staat een grenen eethoek achter een rieten kamerscherm. Zou Melissa die wegdoen? Zonde.

 

 

Vreemd, denkt Hans. Ik mis iets. Hij luistert. En opeens weet hij het. De hond. Die slaat niet aan.

Hij doet zijn handschoenen uit, propt ze in de zakken van zijn jack en weer luistert hij een poosje. Maar het enige wat hij hoort is het zachte gebrom van de koelkast. Verder is het stil. Doodstil.

 

Er zal toch niet iets….  Die gedachte maakt hem ongeruster dan hij wil en heel voorzichtig opent hij de deur waarachter hij de woonkeuken vermoedt. Met nog maar één voet over de drempel blijft hij stokstijf stil staan. Zijn ‘hallo’sterft in zijn keel.

 

 

Het is donker in het vertrek, op een flakkerend windlicht in de verste vensterbank na. De rolgordijnen zijn neergelaten en een heel andere geur dan vanille dringt zijn neusgaten binnen. Hij herkent het onmiddellijk. De geur van wierook.

Links ontwaart hij de contouren van de keuken en verspreid over de hele ruimte, schaduwen die - nu zijn ogen beginnen te wennen - steeds meer de vorm aannemen van menselijke gedaantes, zittend op een slaapzak of iets dergelijks. Allen in kleermakerszit, hun handen op hun knieën met de handpalmen naar boven, hun ogen gesloten, volledig in zichzelf verzonken.

Een vrouw met lang haar die het dichtst bij het windlicht zit, legt een vinger op haar lippen en hij meent een glimlach te zien als hij merkt dat hij nog steeds zijn hand voor zijn mond geslagen houdt.

Beschaamd en uiterst behoedzaam sluit hij de deur. Ik moet eens beter leren luisteren denkt hij. Niet het tweede huis van het eerste blok…

 

Hij staat weer buiten, loopt snel het tuinpad af en even later opent hij het volgende hek bij het eerste huis van het tweede blok.
Haar buitenlamp doet het niet. Maar als hij de deur van Melissa’s bijkeuken opent, komt de hond onmiddellijk uit zijn mand en springt uitgelaten bij hem op.

Hans glimlacht. Ook hier hangt een geur van vanille…

Piety Veenema

Dit verhaal van mij is in 2004 verschenen in 'KLAVIER' bij De Vleermuis uitgeverij bv, Roermond. Een bundel verzamelde verhalen van Nederlandse en Belgische auteurs. ISBN 90-5757-045-9.

Reageren op mijn verhaal? Dat kan via Contact (rechtsboven op de Startpagina)