DIJKSTRA'S ANGST

Fragment: Zijn benen beginnen ineens raar te schudden. De luidspreker kraakt: “De volgende.”

 

Dat wijf van een assistente komt net uit haar hok als hij tot op het bot verkleumd zijn jas ophangt. ‘Goedemórgen meneer Dijkstra,’ klinkt het zangerig. Véél te enthousiast. Zijn kop staat daar totáál niet naar. Gelukkig loopt ze meteen door naar achteren, naar de kamer van de dokter.

De dokter… Nerveus opent Dijkstra de wachtkamerdeur en knippert met zijn ogen tegen het felle licht.
Verdomd, hij dacht dat hij de eerste zou zijn, maar de rieten stoelen zijn al bezet. Gelijk ergert hij zich aan die moeder met haar snotterende kind. En aan die ouwe met zijn trillerige handen, die voor zich uit zit te staren. En die knaap met zijn puistenkop - die de laatste stoel bezet houdt met een rugzak - zit hém alleen maar nieuwsgierig aan te gapen.

 

Het is nog donker buiten en in de ruit ziet hij zichzelf staan: Groot en log in zijn overall. Meer haar onder zijn neus dan op zijn kop. Zijn bril beslaat óók nog. 

Zuchtend draait hij zich om en loopt naar de folderstandaard in de hoek. Haalt zijn rode zakdoek tevoorschijn en poetst de glazen met zijn koude eeltige handen. Verdomd, die trillen. En niet zo’n beetje ook.
 

Hij veegt het zweet van zijn voorhoofd, snuit luidruchtig zijn neus en doet alsof de folders hem interesseren. Pakt er zomaar eentje: Incontinentie.

Zijn ogen houdt hij strak op het papier. Achterom kijken durft hij niet. 

Als Freek hem hier zou zien, dan heeft hij maandag op de fabriek geen leven meer: ‘Wat nou Dijkstra?’ hoort hij de mannen al jennen. ‘Druppelt ie na?’ Stelletje klootzakken.

Een folder over Roken, hartstikke slecht voor de rikketik. Hij tast naar de shag in zijn broekzak. Knijpt er hard in. Mocht hij hier maar roken.
Folders over Blaasontsteking, Reuma, Artrose.
Ar-tro-se... Als die blaag van een dokter straks maar niet wéér met een spuit komt. Vorige keer deed het god en de godgloeiende zeer. Ze moesten hem letterlijk van de grond rapen. Zijn benen beginnen ineens raar te schudden. De luidspreker kraakt: “De volgende.” De moeder verdwijnt met het snotterende kind.
Opgelucht ploft hij met zijn zware lijf in een stoel…

… Gesuis in zijn oren. Zweten als een rund. Stemmen. En gezichten. Van die ouwe en die puistenkop. Langzaam vervaagt hun beeld. Verstomt hun geluid….  

Een paar armen onder zijn oksels. “Vlug, haal de dokter,” zegt iemand met een zware stem.

Verdomd, hij hoort Freek. Wat doet die kloot hier ineens? En waarom ligt hij hier op die kouwe plavuizen? Hij wil schreeuwen, maar er komt amper geluid. Het blijft bij een benauwd gekreun.
 

Als hij zijn ogen opendoet, ziet hij een streep licht door de gordijnen die zich voortzet over het plafond. De roodverlichte letters op de radiowekker geven aan dat het twee minuten over drie is. Midden in de nacht. Verdwaasd kijkt hij er naar.
En het leek toch zó echt…

  

Piety Veenema                

Dit was in 2003 een schrijfopdracht in mijn cursus: "het karakteriseren van personages"  
De ruwe bonk met een heel klein hartje.
(Een beginnersverhaal dat ik ooit nog eens hoop te herschrijven).

 

Reageren op mijn verhaal? Mail dan naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.