IN HET OOG (gastcolumn van Wim)

 

Je leeft met elkaar in een kleine ruimte
en je wilt het met elkaar rooien

 

Bootjesmensen groeten elkaar bij het passeren. Je houdt de ander in het oog wanneer deze bij jou komt langsvaren. Je kijkt naar elkaar, zoekt even oogcontact, en steekt de hand op als je merkt dat de ander jou heeft opgemerkt. Dus na enkele weken varen let ik weer wat beter op de mensen om me heen. 

Groeten heeft op het water met veiligheid te maken. Je kijkt geregeld om je heen: wie komt er in jouw vaarwater, en wie kruist jouw koers? Op het water zijn er nauwelijks gescheiden vaarstroken zoals op de weg, dus weet je na de groet of je elkaar als schippers in de gaten hebt.  

Dat geeft het verkeer op het water iets gemoedelijks. Je kent elkaar niet, maar je ziet elkaar wel gaan of staan. Bootjesmensen onder elkaar zijn net een klein dorp, ze hebben allemaal aandacht voor elkaar.  

Nou ja, bijna allemaal. Op een boot vol opgeschoten jeugd en hormonen zie ik vooral aandacht voor de eigen soortgenoten, en dat hoort ook zo op die leeftijd. Daar moet ik als watersporter maar even begrip voor hebben en rekening mee houden.  

En wie een boot huren zijn ook niet altijd gewend om te groeten. Zij dienen de gewoonten op het water nog onder de knie te krijgen, dus hen groet ik vooral vriendelijk. In de hoop dat ze de gebruiken van het water snel gaan waarderen en overnemen. 

Bij ons in het dorp groeten we elkaar ook. Je leeft met elkaar in een kleine ruimte en je wilt het met elkaar rooien. Je moet het in een dorp van elkaar hebben, dus is het prettig als je elkaar ziet staan en gaan. En de vreemdeling in de poorten neem je daarbij gewoon mee.  

Eén keer heb ik als dorpsdominee de boosheid van een lieve oude dame opgewekt. Het viel me op dat zij al een tijdje niet in de kerk was geweest. De mensen vertelden mij wat er aan de hand was: zij had mij vriendelijk gegroet, en ik had geen woord teruggezegd.  

Ai. Soms ben ik zo in gedachten verzonken, dat ik niet in de gaten heb waar ik ga of sta, laat staan dat ik opmerk wie er mijn pad kruist. Toen heb ik haar meteen opgezocht en dat eerlijk opgebiecht. Sindsdien zwaaiden we uitbundig naar elkaar, en moesten we daar dan beiden altijd om lachen.  

Maar ze had natuurlijk wel gelijk. Ik had haar moeten zien staan, haar in het oog moeten hebben. Hoezeer mijn eigen sores mij ook bezighouden, ik leef niet voor mijzelf alleen. Niet op het water, niet op de weg, niet in de kerk, en niet op het voetbalveld.  

“Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend”, zegt de apostel. Dus heb en houd elkaar in het oog. Dat is een levenshouding. ‘In het oog, in het hart.’  

Reageren? Mail dan naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.   of naar  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.