WAT ALS...


Ooit zag ik in een winkel een prent op een kaart. Het had iets liefs, schattigs, ondeugends. Of hoe je het beestje ook maar wilt noemen: Daar zat hij. In een witte soepkom met roze rozenopdruk. Mijn jonge lapjeskat. Onbevangen keek hij mij aan.

Onbevangen keek hij mij vervolgens - vanaf de wand op mijn werkplek – aan. Tweeëntwintig jaar lang. En de spreuk onder de soepkom nam ik mij dagelijks ter harte. Een spreuk die mij in mijn baan als toetser van bijstandszaken scherp hield: “Je kunt op meer dan één manier naar de dingen kijken.”

Mijn docent van de toetsersopleiding hield ons destijds ook zoiets voor: ‘Denk niet te snel dat iets volgens de wet – in dit geval de bijstandswet - niet kan. Het is niet altijd zo eenduidig. Dat blijkt wel uit de vele jurisprudentie die er in de loop der tijd is ontstaan. En vergeet het “individualiseringsprincipe” niet. Dus: kijk niet alleen naar de onmogelijkheden, maar vooral naar de mogelijkheden.’

Aan deze dingen moest ik kortgeleden denken tijdens een wandeling in “Het Zwanenwater”, een natuurgebied van Natuurmonumenten ten zuiden van Callantsoog. Je kunt hier eindeloos wandelen door de duinvalleien en talloze vogels zien in deze oase van rust. Daar zag ik dus iets wat tot mijn verbeelding sprak. Ook mijn medewandelaar gaf er zijn kijk op. En die was totaal anders dan de mijne.

Schuin achter een van de vele herinneringsbankjes waarop we even uitrustten, lag een kleine poel. En op het rimpelloze watervlak dreef iets lichts. Toen we dichterbij kwamen bleken het tien rozen te zijn. Wit met een vleugje roze. Nog vers zo te zien.

Ik vroeg me af waarom die rozen daar dreven. Met in mijn achterhoofd nog het monument op een van de uitkijkpunten. Zou dit ter nagedachtenis zijn aan de  bemanningsleden van het Britse vliegtuig dat hier in de Tweede Wereldoorlog was neergestort? Van wie een aantal met hun parachute te pletter waren geslagen op het bevroren Zwanenwater? Of wellicht aan dat ene bemanningslid dat nooit gevonden is?
‘Welnee,’ opperde mijn medewandelaar. ‘Ze zijn van de boswachter. Die heeft ze hier kwaad neergesmeten. Hij had ze net voor zijn vriendin gekocht, toen ze hem belde: hij hoefde niet meer thuis te komen, want ze had een ander.’

Wat als de rozen niet van de boswachter en ook niet ter nagedachtenis van iemand waren?
We bleven tijdens onze wandeling over andere opties fantaseren. Wat als… wat dan?
‘Je kunt op meer dan één manier naar de dingen kijken.’

Of ik mijn lapjeskat in de soepkom nog heb? Helaas niet. Door jarenlang zonlicht was hij totaal verbleekt. De spreuk idem dito. Maar die zit in mij gebakken. Aangevuld met: “Wat als…”
En zo blijken er altijd weer mogelijkheden te zijn. Zo raak je dus nooit uitgedacht. En nooit uitgeschreven.
Hoop ik…

 

Piety Veenema, 31 maart 2012

Reageren op mijn column? Mail naar  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.