GEWOON OPOE (gastcolumn)

Er zijn enkel mensen die

goede en foute dingen dóen


Er is veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog deze dagen. Voor wie er goed geweest is, en wie fout waren. Voor nazi’s en het verzet, voor landverraders en ondergrondsen. En steeds vaker voor de velen die afzijdig bleven, ergens tussen goed en fout in.

Naar de huidige maatstaven zou mijn opoe zeker ‘goed’ geweest zijn. Want zij was een van de helden die een Jodin in huis verborg. Wie haar na de oorlog ‘heldin’ had genoemd, zou zij vreemd hebben aangekeken. Zij had gewoon haar christenplicht gedaan, niets meer, en ook niets minder.

In mijn jeugd heb ik haar nooit als goed en heldhaftig gezien. Opoe was gewoon Opoe. Een lieve, milde grootmoeder die altijd voor je klaar stond als je onverwacht op bezoek kwam, meteen bereid een spelletje te dammen als je dat vroeg.

Ze was als echtgenoot van mijn chronisch zieke grootvader de oorlog ingegaan, en daar als weduwe uitgekomen. De kost moest zij zelf verdienen en dat deed zij met een winkeltje in petroleum, zand, zeep, soda, en wat niet al. Mijn Ome Henk ventte met paard en wagen deze handel langs de deuren uit.

Mijn oom belandde al snel bij de ondergrondse, en bracht onderduikers bij dorpsgenoten onder. Toen hij een keer geen adres voor een Joodse vrouw kon vinden, klopte hij bij Opoe aan: ,,Moe, mag zij bij u in huis, ik heb niemand anders.” En toen deed Opoe gewoon wat haar zoon haar vroeg.

Mijn moeder had een vriendin die in het gezin kind aan huis was. Haar vader was bij de NSB, en niemand nam dit de dochter kwalijk. Ze kenden haar als iemand die nooit iemand zou verraden. En de vader van de vriendin was volgens mijn moeder ‘gewoon een goede NSB’er’.

De Jodin overleefde de oorlog en emigreerde later naar Zuid-Afrika. Ik kende haar gewoon als Tante Gré, die soms overkwam en enkele maanden bij Opoe en mijn oom en bij ons kwam logeren. Van haar kreeg ik een zwart Zulu-popje met een rokje van springbokkenvel. Ik geloof niet dat Tante Gré apartheid verwerpelijk vond. Zo was het gewoon in Zuid-Afrika.

Elk jaar deze meiweken, wanneer wij weer met z’n allen overtuigd benoemen wie er goed geweest is in de oorlog, wie fout, en wie er tussenin zat, denk ik weer even terug aan mijn Opoe, aan mijn oom en aan Tante Gré. Mensen die gewoon waren wie zij waren, en gewoon deden wat ze deden.

En elk jaar raak ik er meer van overtuigd dat we beter kunnen ophouden de anderen te onderscheiden in de goeden en de fouten. Er zijn geen goede en foute mensen. Enkel mensen die foute en die goede dingen dóen. Dat zijn overigens geregeld dezelfde mensen.

Dus hoop ik in Godsnaam dat in een oorlog, bijvoorbeeld in en om de Oekraïne, gewone christenmensen gewoon hun christenplicht blijven doen.

Reageren? Mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.   of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.