LENTE (gastcolumn Wim)

Ik ben nu wandelaar in het bos waar de bladeren vallen

Bedenk, de lente kunnen ze niet afzeggen. Uitspraak van de Britse schilder David Hockney tijdens de corona-lockdown, deze dagen vier jaar geleden. Ineens kwam alles tot stilstand: scholen, winkels, kerken, kantoren, horeca, musea, theaters. In die dagen stokte ons leven.

Het waren juist de weken dat het voorjaar werd. David Hockney, toen 83, ging naar Normandië en begon daar schilderijen van de lente te maken. Zoals hij alle jaren van zijn leven het voorjaar geschilderd had. Kleurige velden, bomen met bloesem, fleurige straten.

Later is er een tentoonstelling gehouden van deze corona-lentekunstwerken. Hockney schreef daarbij: ,,De kleurrijke schilderingen van de natuurpracht herinneren ons eraan dat we ook in deze verwarrende tijden moeten houden van het leven: ‘Do remember they can’t cancel the spring’.

Op mijn filosofiekalender kom ik zijn woorden nu weer tegen. Nu ik op mijn wandeling langs het water het fluitenkruid zie opkomen, nu de tulpen van onze diaconie-actie voor Moldavië de grond uit schieten, nu de magnolia op mijn weg naar de bakker op springen staat.

Sinds ik afgelopen jaar met pensioen ben gegaan heeft vooral het najaar tot mijn verbeelding gesproken. Het leven kent zijn jaargetijden. In dit dorp beleefde ik mijn lente als jonge dominee. Hierna volgde de zomer, in gezin en in loopbaan, hier ook beleef ik nu mijn herfst.

Een tijd van oogsten gelukkig: kinderen, kleinkinderen, het werk dat ik in goede gezondheid kon volbrengen. En nu ‘in ruste’, ik geniet er alle dagen van. Maar het is wel herfst, dat besef ik ook dagelijks. Ik ben nu wandelaar in het bos waar de bladeren vallen. En de bomen ook.

Wanneer ik het nieuws hoor, en de mensen om mij heen beluister, vrees ik dat we in de neergang blijven hangen. In oorlogen en geruchten van oorlogen, klimaatcrisis, aftakeling van de democratie, afnemend vertrouwen in elkaar. ‘Winter is coming.’

Maar het wordt lente, daar helpt geen lieve moeder aan. Of wij eraan toe zijn of niet. ‘De pracht van de natuur herinnert ons eraan dat we ook in deze verwarrende tijden moeten houden van het leven. Bedenk,de lente kunnen ze niet afzeggen.’

Ik merk dat er bij mijzelf ook ondergronds iets begint te groeien. In de zondagen dat ik ergens voorga kan ik het niet laten het mooie lied uit ons kerkelijk liedboek te laten zingen dat je vooral deze weken naar hartenlust kunt zingen:

In de bloembol is de krokus,
in de pit de appelboom,
in de pop huist een belofte:
vlinders fladderen straks rond.
In de koude van de winter
groeit de lente ondergronds,
nog verborgen tot het uitkomt,
God ziet naar de schepping om. (…)

In ons einde is de aanvang,
in de tijd oneindigheid,
in de twijfel ligt geloven,
in ons leven eeuwigheid,
in de dood het nieuwe leven,
overwonnen alle strijd,
nog verborgen tot het uitkomt,
God alleen herkent die tijd.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.